• Wim Provoost

Gentse waterzooi: met kip of met vis?

Welke Gentenaar kan niet meezingen met dit lied van Koen Crucke? “Ge pakt ne pak porrei, ge doet er water bij en uuk wa vesse groensels en dorren van een ei. Ge zet dat op een vier en ge kookt dat met plezier, en zijn de kiekens zochte geef tons de pot maar hier. Ge pakt een diepe talluure en giet iest wa sop can eu groensels want eu kiekens die moedd' hèwen: ulder vel moe van da bien. En 't groensel dat ès gesnejen in stukskes en brokskes van zuu gruut. Waterzeui van kiekens mee patoaters en groensel.”


In dit lied maakt hij ‘waterzooi van kiekens’, maar échte Gentenaars zweren bij ‘waterzooi van vis’. Naar ’t schijnt was zelfs keizer Karel V verzot op deze lekkernij. Hij bestelde het steevast in het Sint-Jorishof wanneer hij in Gent langskwam! Maar waar komt dit typische Gentse gerecht vandaan? Daarvoor moeten terug naar de dertiende eeuw. Rond de Gentse binnenstad vinden we een opeenvolging van stadspoorten die het centrum moeten beschermen tegen indringers én die vooral de tolrechten van de stad moeten garanderen. Eén van deze poorten is de Braempoort, genoemd naar de familie Braem die in de onmiddellijke omgeving woonde. Ze bevond zich waar de Schelde en de weg naar Brabant elkaar kruisen. Daarom wordt ze ook wel Brabantpoort genoemd. De eerste vermelding gaat terug tot 1199.

De Braempoort met de Braemgaten en de watermolen.

Boven de Schelde kwam er een sluis, de Braemgaten genoemd. Door een kunstmatig hoogteverschil in het water was het bovendien de ideale plaats om er een watermolen te bouwen. Het draaiende rad maakte het Scheldewater rijk aan zuurstof. Bovendien kwam het gemorste graan en het opstuivende meel in het water terecht kwam, wat de Scheldevis aantrok. Het wemelde hierdoor aan de Braempoort van de riviervis. Deze overvloed aan vis was een zegen voor de armere bevolkingsgroepen van Gent. Zo konden ze op een heel goedkope maaltijden bereiden. Ze vingen snoek, baars, paling, barbeel en enkele andere vissoorten, maakten ze klaar met wat groenten en ze hadden een volledige maaltijd. Makkelijk, niet?


Tot in de negentiende eeuw toch… Want dan kwam de industrialisering op gang en werd Gent het Manchester van het vasteland: met tal van katoenweverijen en textieldrukkerijen. Deze industrie vervuilde de rivieren waardoor de vissen wegbleven. Bovendien was de watermolen afgebroken. Zelf vis vangen zat er voor de Gentenaars niet meer in. Vis kopen al helemaal niet: de aangevoerde vis was te duur. Men vond het alternatief bij de kip. Kippenboeren waren er voldoende in Gent, waardoor het overschakelen naar kip als voornaamste ingrediënt de waterzooi een pak goedkoper maakte. En door er een paar aardappelen aan toe te voegen – ook een typisch product aan de keukentafel in de negentiende eeuw – werd de waterzooi een volwaardige maaltijd.

Vrouwe Fortuna en haar 'hoorn des overvloeds'.

Een knipoog naar dit Gentse streekgerecht vinden we aan de Brabantdam, waar de Braemgaten zich ooit bevonden. Jan Van Imschoot (Gent, 1963) maakte er in 2005 twee grote muurschilderingen. Collagegewijs vertelt hij er de geschiedenis van de plek. In één van de afbeeldingen laat Van Imschoot de vissen uit de hoorn des overvloeds van Vrouwe Fortuna tuimelen. We lezen er de Latijnse namen bij. Het gaat om barbeel, blei, baars, zeelt en paling. Ondertussen zit de kip 'gallus gallus' geduldig haar beurt af te wachten…



Wil je meer te weten komen over dit kunstwerk aan de Brabantdam? Schrijf je dan in voor de rondleiding 'Bekende gevels - nieuwe verhalen'. Individueel aansluiten kan op zondag 30 augustus (17.00 u. - 19.00 u.). Reserveer je plaats via mijn Facebookpagina.



#Braempoort #Braemgaten #Brabantdam #dertiendeeeuw #keizerKarelV #SintJorishof #waterzooi #Gentsewaterzooi #JanVanImschoot #KoenCrucke

© 2016-2020 by Wim Provoost

  • Trip Advisor Social Icon
  • Facebook Social Icon
  • Instagram Social Icon